Rechtswinkel Goeree-Overflakkee

Locaties in Middelharnis, Oude-Tonge & Numansdorp

Vind u het recht interessant en wilt u meer weten over bepaalde juridische onderwerpen?
Elke week zal hier door een van onze medewerkers een bericht worden geplaatst met informatie over veel voorkomende juridische onderwerpen in het dagelijks leven. Zijn er juridische onderwerpen waar u graag eens een blog over wil lezen, laat het ons dan gerust eens weten!

 

Echtscheiding, waar op te letten

20-05-2019
Door: Roman du Pree

Scheiden is een moeilijk proces, op allerlei manieren. Niemand gaat er van uit dat hij of zij op een dag een echtscheiding moet zien te regelen. Wanneer dit toch het geval is kan het daarom handig zijn om te weten wat enkele gevolgen en praktische aspecten van een scheiding inhouden.

Gemeenschap van goederen of niet

Wanneer u getrouwd bent in gemeenschap van goederen zullen de bezittingen en schulden in beginsel gelijk tussen u en uw partner worden verdeeld, tenzij u hier samen andere afspraken over maakt. Het is daarbij van belang dat sommige goederen buiten deze gemeenschap vallen, bijvoorbeeld kleding en andere zogeheten ‘verknochte’ goederen, oftewel goederen die echt verbonden zijn aan een bepaald persoon.  

Wanneer u getrouwd bent op basis van huwelijkse voorwaarden kan de verdeling er anders uitzien, want dan zijn de voorwaarden die destijds zijn opgesteld leidend. Voor 1 januari 2018 trouwde men overigens automatisch in gemeenschap van goederen, tenzij huwelijkse voorwaarden waren opgesteld. Sinds die datum trouwt men automatisch in beperkte gemeenschap van goederen. Dit betekent dat hetgeen dat u al bezat voor het huwelijk van u blijft en slechts de goederen die u daarna verkrijgt in de gemeenschap vallen die bij een scheiding tussen u en uw partner moet worden verdeeld.   

Echtscheidingsconvenant

In een echtscheidingsconvenant kunnen afspraken omtrent onder meer het pensioen, de alimentatie en de eerder genoemde verdeling van bezittingen en schulden worden vastgelegd. Deze overeenkomst kan door een advocaat of mediator worden opgesteld. Wanneer u minderjarige kinderen heeft vormt een ouderschapsplan een verplicht onderdeel hiervan. Met uitzondering van dit plan is (de rest van) het convenant is niet verplicht, maar het kan wel erg handig zijn voor na de scheiding. Bij het aanvragen van een (nieuwe) hypotheek zal de bank bijvoorbeeld vaak een getekend convenant willen zien.  

Daarbij kan een rechter bepalen dat het convenant deel uitmaakt van zijn echtscheidingsbeschikking (hierover meer in de volgende paragraaf). Hierdoor kunt u naleving van het convenant afdwingen zonder opnieuw tussenkomst van een rechter (in tegenstelling tot een ‘gewone’ overeenkomst). Wanneer u er met uw partner niet uitkomt is een mediator in te schakelen om het vaak emotionele proces beter vorm te geven. Als dit ook niet lukt is een advocaat een optie, want dan onderhandelt deze met (de advocaat van) uw partner. Bij gebrek aan een convenant of andere overeenkomst zal de rechter de verdeling bepalen en hier heeft u als partij dan vrijwel geen invloed op.   

Scheiding verzoeken

Om een scheiding juridisch te bewerkstellingen dient een verzoek tot scheiding bij de rechtbank te worden ingediend en dit kan alleen door een advocaat worden gedaan. Als u samen met uw partner het verzoek indient is er sprake van een gemeenschappelijk verzoek. In de uitspraak die hierop volgt wordt de scheiding uitgesproken en kan het eerder genoemde convenant ook onderdeel worden van de beschikking van de rechter. Wanneer u er samen niet uitkomt kunt u uw advocaat een zogenaamd eenzijdig verzoekschrift in laten dienen. Uw partner ontvangt dit verzoek dan via een deurwaarder en als hij of zij bezwaar maakt volgt er een zitting waarna de uitspraak zal volgen.  

Bij het ontbinden van een geregistreerd partnerschap ligt het iets anders. Daarbij hoeft u niet naar de rechter als u het onderling eens kunt worden en u geen minderjarige kinderen heeft. U kunt in dat geval naar een notaris of advocaat om uw afspraken in een overeenkomst vast te leggen.   

Op de website van de Rijksoverheid is er tevens een pagina waar u te zien krijgt wat u allemaal dient te regelen bij een echtscheiding, na het invullen van een (uiteraard anonieme) vragenlijst:

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/scheiden/vraag-en-antwoord/checklist-bij-scheiden-of-uit-elkaar-gaan?utm_campaign=sea-t-life_events-a-scheiden&utm_term=scheiden&gclid=Cj0KCQiAtbnjBRDBARIsAO3zDl8iwIAFxlGVsVpc_hBDC5JSqV9w5ACUAofJ9Kv6uH0d8r5c1yOyjm8aApKKEALw_wcB   


Online aankopen, hoe zit dat?

14-05-2019
Door:
Léon van der Slot

Het is iets van de 21e eeuw: online winkelen. Iedereen doet het, van studieboeken tot vliegtickets en van hondenbrokken tot een compleet nieuwe outfit. In 2018 hebben wij Nederlanders in totaal voor €23,7 (!) miljard online aankopen gedaan. We doen het zo vaak, dat het eigenlijk een vanzelfsprekendheid is geworden. Maar hoe zit dat nu juridisch gezien? In het volgende stuk zullen de rechten en plichten van een consument bij een online aankoop uitgelicht worden.

Verbintenis, overeenkomst, koop en consumentenkoop
Een aankoop is een verbintenis tussen koper en verkoper. De koper verbindt zich tot het betalen van een geldsom, terwijl de verkoper zich verbindt tot het leveren van een goed of dienst. Een aankoop (zowel online als in de winkel) is meer precies een overeenkomst. Een overeenkomst komt volgens het Burgerlijk Wetboek tot stand door aanbod en aanvaarding daarvan. De verkoper biedt een product of dienst aan, en de koper aanvaardt dit aanbod. In het wetboek is dit zelfs nog verder uitgewerkt in de term “koop”. Koop is een bijzondere overeenkomst waarbij de een zich verbindt een zaak te geven, terwijl de ander daarvoor en prijs in geld moet betalen. Dit zijn zowel koopovereenkomsten tussen bedrijven onderling, maar ook tussen consumenten en bedrijven.

Echter, de wetgever had al snel door dat dit problemen opleverde voor consumenten. Bedrijven weten vaak precies hoe het recht in elkaar steekt, terwijl consumenten deze kennis niet bezitten. Mede door druk van Europa heeft de wetgever de term consumentenkoop geïntroduceerd. Dit is, kortgezegd, de koop van een voorwerp, die wordt gesloten tussen een commerciële verkoper en een koper die de koop niet verricht met commerciële doeleinden (consument). Het beschermt eigenlijk de “zwakkere” partij in de overeenkomst.

Online aankoop
Zoals hierboven is te zien, worden wij als consument beschermd door het recht als we een aankoop doen van een bedrijf. Bij een online aankoop strekt deze bescherming nog verder. Een online koop wordt gezien als een koop op afstand. Een koop op afstand gebeurt op een plaats waarbij koper en verkoper op een afstand van elkaar zijn. Vroeger was dit telefonisch of via postorder, nu is dat online. De reden hiervoor is simpel: als consument heb je bij een koop op afstand minder (of soms helemaal geen) zicht op datgene wat je koopt. Je koopt het product op basis van een afbeelding in een boek of op een website of misschien wel op basis van een goed verkooppraatje van een persoon aan de telefoon. Bij een koop in de winkel kan je het product goed inspecteren en beoordelen of dit aan je wensen voldoet. De verkoper weet daarentegen precies wat hij verkoopt. Om deze informatieachterstand te compenseren heeft de consument bij online aankopen verschillende rechten.

Informatieplicht van de verkoper
Voordat je gebonden bent aan een overeenkomst op afstand, moet de verkoper jou op duidelijke wijze informeren over bijvoorbeeld zijn identiteit, de kenmerken van het product, de totale kosten en het recht op herroeping van de overeenkomst (hierover later meer). Dit moet op duidelijke wijze zijn gecommuniceerd, en zodra daar twijfel over bestaat moet de verkoper bewijzen dat dit duidelijk was. Als hij dit niet kan bewijzen, wordt ervan uit gegaan dat dit niet duidelijk was.

Herroepingsrecht
Een misschien nog wel belangrijker recht dat de consument heeft bij online aankopen is het herroepingsrecht. Zoals hiervoor besproken heb je als koper op afstand een informatieachterstand. Omdat je bij een aankoop op afstand niet precies weet wat je koopt heb je het recht om, zonder opgave van redenen, de overeenkomst te ontbinden. De bedenktermijn is minimaal 14 dagen (langer kan altijd) en deze begint te lopen zodra het product is ontvangen. De handelaar moet vooraf informatie verstrekken over deze bedenktijd. Doet hij dit niet, dan zal de termijn pas gaan lopen vanaf het moment dat hij dit alsnog bekend heeft gemaakt (met een maximum van 12 maanden). Verkopers vragen vrijwel altijd de reden van het retourneren van een product. Het is geen verplichting dit op te geven en deze informatie kan gebruikt worden om bijvoorbeeld de eigen dienstverlening te verbeteren.

Als u als consument gebruik maakt van het herroepingsrecht, dan zal de verkoper uiterlijk binnen 14 dagen na de melding dat er gebruik gemaakt wordt van het recht de koopsom, inclusief de bezorgkosten, moeten vergoeden. Dit zijn enkel de bezorgkosten van het product, de retourkosten kunnen voor eigen kosten komen. Voor de terugbetaling moet hetzelfde betaalmiddel gebruikt worden als waarmee de aankoop is gedaan, tenzij de koper een andere methode accepteert. Als je bijvoorbeeld betaald hebt met een creditcard, dan zal dit op de creditcard terugbetaald moeten worden en niet doormiddel van een tegoedbon. Het terugbetalen middels een tegoedbon is een veelgebruikte manier om ervoor te zorgen dat de consument in de toekomst verplicht is alsnog een aankoop te doen. Let hier dus goed op. 

Wat als het product kapotgaat na 14 dagen?
Het is natuurlijk mogelijk dat het product kapotgaat nadat de 14 dagen van het herroepingsrecht zijn verstreken. Ook dan heb je als koper mogelijkheden. Als het product kapotgaat, dan wordt gesproken van een non-conformiteit. Als verkoper ben je verplicht een product af te leveren dat aan de overeenkomst beantwoordt en dit is uiteraard niet het geval als dit product snel na de aflevering kapotgaat en dus non-conform is. In de rechtspraak is veel discussie over wanneer een product wel of niet aan een overeenkomst beantwoordt. Om deze blog overzichtelijk te houden gaan we ervan uit dat dit niet zo is als het product kapotgaat (dit is afhankelijk van verschillende factoren als het soort product, kwaliteit, prijs en of het product normaal is gebruikt). Een product wordt vermoed altijd niet-conform te zijn, als deze binnen zes maanden na de aflevering van het product kapotgaat.

Als het product niet conform blijkt te zijn, moet je als consument binnen een “bekwame tijd” na ontdekking klagen bij de verkoper. Als dit binnen 2 maanden gebeurt, zal dit altijd voldoende zijn. De verkoper zal dan het product op zijn kosten moeten herstellen (als dit mogelijk is) of vervangen. Het is dus belangrijk om zo snel mogelijk een klacht in te dienen bij de verkoper als je gekochte product snel kapotgaat.

Je recht hebben is niet hetzelfde als je recht krijgen
De rechten voor consumenten zoals hierboven zijn omschreven gelden in ieder geval in Nederland. Als je een product koopt van een Europese verkoper, zullen soortgelijke regels gelden. Houd echter in de gaten dat er een groot verschil is tussen je recht hebben en je recht krijgen. Er zijn veel bedrijven die zich netjes aan de regels houden en zelfs extra service bieden (bijvoorbeeld een herroepingstermijn van een maand). Er zijn ook veel bedrijven die de regels aan de laars lappen en er onderuit proberen te komen. Zij gaan ervan uit dat consumenten onwetend zijn over hun rechten en maken daar misbruik van. Daarnaast heb je ook de louche bedrijven die een gebrekkig product afleveren (of helemaal geen) en vervolgens niets meer van zich laten horen. In dat geval is het lastig om je recht te halen, terwijl je het wel hebt! Ons advies is dan ook: let goed op waar je koopt en controleer altijd bij twijfel recensies online. Het is namelijk altijd beter om te voorkomen dan te genezen! 



Aansprakelijkheid voor schade tijdens werkzaamheden

06-05-2019
Door: Tjeerd Mastenbroek

Stel: u heeft een arbeidsovereenkomst en maakt een onfortuinlijke fout tijdens uw werk. Als gevolg hiervan ontstaat er schade aan de goederen van bijvoorbeeld uw werkgever of een derde. Wie is hiervoor aansprakelijk?

Aansprakelijkheid voor de werkgever
In veel gevallen komt de schade die is ontstaan voor de rekening van de werkgever. Dit blijkt uit artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: Bw). In lid 2 van dit artikel staat dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade die is ontstaan door de werknemer, tenzij de werkgever aantoont dat hij alle verplichtingen genoemd in lid 1 is nagekomen of dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. In beginsel is de werkgever dus aansprakelijk voor de schade die is ontstaan door handelen van de werknemer.

Zorgplicht van de werkgever
In artikel 7:685 lid 1 Bw is een wettelijke zorgplicht voor de werkgever opgenomen. Dit artikel bepaalt dat de werkgever redelijkerwijs alles moet doen om de schade te voorkomen. Deze zorgplicht ziet vooral op het goed onderhouden van werktuigen, het nemen van voldoende maatregelen om de schade te voorkomen en het geven van aanwijzingen aan de werknemers. De werkgever moet de werknemers instructies geven die noodzakelijk zijn om het werk veilig te kunnen uitvoeren. Deze instructies en aanwijzingen moeten structureel worden herhaald. Als dit niet gebeurt voldoet de werkgever niet aan zijn zorgplicht en is de werknemer niet verantwoordelijk voor schade, tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid door de werknemer.

De bewijslast
De werkgever zal moeten aantonen dat hij heeft voldaan aan zijn zorgplicht en of er sprake is geweest van opzet of bewuste roekeloosheid aan de kant van de werknemer. Dit laatste is moeilijk aan te tonen voor de werkgever. In de wet staan veel waarborgen voor de werknemer ten opzichte van de werkgever. Rechters nemen dan ook niet snel aan dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Dit gebeurt alleen in overduidelijk situaties. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarbij twee timmermannen het een goed idee vinden om elkaar te beschieten met spijkerpistolen in hun pauze.

Schade in de privésituatie
In beginsel is de werknemer zelf verantwoordelijk voor de schade als gevolg van ongevallen in de privésituatie. Hier zijn echter ook weer uitzonderingen op. Als de werknemer namelijk mee gaat op een verplicht bedrijfsuitstapje, dan kan de werkgever ook aansprakelijk zijn voor de schade die tijdens het bedrijfsuitstapje ontstaat. Dit is overigens niet absoluut. Het zal naar de omstandigheden van het geval verschillen per situatie. Men zal hier vooral kijken in welke mate de oorzaak is toe te rekenen aan het werk.

Maar let op: het kan zijn dat er voor u aanvullende afspraken gelden over schade. Deze aanvullende regels kunnen bijvoorbeeld staan in het bedrijfsreglement, uw arbeidscontract of de cao. 

Het ontslagrecht

08-04-2019
Door: Daan van Everdingen


Bij de rechtswinkel krijgen we veel te maken met arbeidsrecht. Niet meer dan logisch, want werk is nu eenmaal iets dat veel mensen iedere dag bezig houdt. Een minder leuk aspect van dit recht komen we tegen als iemand te maken krijgt met ontslag. Zolang alles goed gaat op het werk denken we er weinig aan, maar toch kan iedereen zomaar in aanraking komen met een ontslagsituatie. Er is veel wettelijk geregeld rondom ontslag. Een werkgever mag niet zomaar iemand ontslaan! Hieronder een korte schets van hoe het ontslagrecht in elkaar zit.

Ontslaggronden en herplaatsingsplicht
Zoals gezegd, een werkgever kan niet zomaar een van zijn werknemers ontslaan. In het Burgerlijk Wetboek worden regels gegeven voor ontslag. Ontslag kan alleen plaatsvinden als daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen redelijke termijn onmogelijk is. Voordat een werkgever iemand mag ontslaan moet er dus altijd gekeken worden of diegene niet ergens anders in het bedrijf te herplaatsen is. Hier komt een werkgever niet zomaar onderuit. De werkgever moet aantonen dat hij actief zijn best doet om een werknemer te herplaatsen. Wat betreft de redelijke grond vinden we verderop in de wet een aantal gronden voor ontslag. De werkgever zal altijd een van deze gronden aan moeten dragen voor een ontslag. 

Voor een ontslag is toestemming vereist. Of een werkgever zijn werknemer kan ontslaan moet daarom worden getoetst. De toetsing vindt plaats door het UWV of de kantonrechter. De zogenaamde a en b grond (bedrijfseconomische redenen en langdurige arbeidsongeschiktheid) worden getoetst door het UWV. De andere gronden, c tot en met f (frequent ziekteverzuim, disfunctioneren, verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, weigeren van bedongen arbeid, verstoorde arbeidsverhouding en de restgrond), worden getoetst door de kantonrechter. Het UWV en de kantonrechter toetsen ook of is voldaan aan de herplaatsingsplicht. Zonder toestemming van een van beide instanties mag de werkgever niet ontslaan. 

Ontslag met wederzijds goedvinden
Veel mensen die bij ons komen voor vragen omtrent ontslag hebben van hun werkgever een vaststellingsovereenkomst gekregen. Dit is een overeenkomst waarmee een werknemer instemt met het ontslag. In de overeenkomst wordt vaak een vergoeding overeengekomen. Een belangrijk punt van aandacht is, dat als er ontslag met wederzijds goedvinden plaatsvindt, geen toestemming nodig is van het UWV of de kantonrechter. Er is dan dus ook geen toets nodig van een onafhankelijke instantie voor het ontslag. De bescherming van de ontslaggronden en herplaatsingsplicht vervalt als een werknemer een vaststellingsovereenkomst tekent. Als een werknemer goede afspraken heeft kunnen maken, is dat natuurlijk geen probleem. Mocht deze echter twijfelen over de afspraken en of de werkgever hem wel zomaar kan ontslaan, dan is de reguliere ontslagroute wellicht gunstiger. 

Als een werknemer een vaststellingsovereenkomst niet wil tekenen is de enige andere manier van ontslag die overblijft voor de werkgever de als eerste beschreven procedure. Loopt deze werknemer dan niet zijn vergoeding mis? Niet per definitie. Er is een wettelijke transitievergoeding die hoort bij de reguliere ontslagroute. Deze vergoeding wordt opgebouwd naar mate een werknemer langer in dienst is. Vaak stemmen werkgevers de vergoeding in een vaststellingsovereenkomst af op de wettelijke transitievergoeding. De vergoeding in de overeenkomst is niet altijd hoger dan waar een werknemer wettelijk al recht op zou hebben.

 

Aandachtspunten
We hopen het niet, maar mocht u te maken krijgen met ontslag en een vaststellingsovereenkomst aangeboden krijgen door uw werkgever, bedenk u dan wat de consequenties zijn van het tekenen van deze overeenkomst. Als u twijfelt of uw werkgever u wel mag ontslaan, kan het misschien beter zijn om dit te laten checken door het UWV of de kantonrechter. De transitievergoeding is gemakkelijk op internet zelf te berekenen. Op die manier kunt u inzicht krijgen in de verhouding tussen een regulier ontslag via de ontslaggronden en het ontslag met wederzijds goedvinden.



Het plaatsen van een aanbouw of dakkapel
25-03-2019
Door: Gina Geurtsen

Stel: u wilt een aanbouw of dakkapel plaatsen en wilt weten of dit toegestaan is. Welke vereisten gelden hiervoor en waar moet u zijn met uw eventuele aanvraag? We zullen dit voor u op een rijtje zetten.

Vergunning of niet?
Niet voor iedere verbouwing heeft u een vergunning nodig, dit is afhankelijk van wat uw plannen zijn. U kunt bij uw gemeente checken of u een vergunning nodig heeft, maar u kunt dit ook online checken. Zie hiervoor: https://www.omgevingsloket.nl/Particulier/particulier/home.

De aanvraag
Als vaststaat dat u een vergunning nodig heeft, is het belangrijk deze ook daadwerkelijk aan te vragen alvorens u start met (ver)bouwen. Het aanvragen van een vergunning kan op twee manieren. U kunt via het omgevingsloket online een aanvraag doen. U ziet hierbij ook meteen welke stukken u eventueel moet aanleveren. Als u uw aanvraag liever per post doet, is dit ook mogelijk. U dient dan het aanvraagformulier van het omgevingsloket te printen en naar uw gemeente te verzenden. U dient er wel rekening mee te houden dat u ook hier verschillende stukken moet meeleveren. Welke dat precies zijn kunt u vinden in artikel 2.2 van het Bouwbesluit.  

Het bezwaarschrift
Indien uw vergunningsaanvraag wordt toegewezen, kunt u beginnen met het (ver)bouwen. Maar wat als uw aanvraag wordt afgewezen? Ook dan staan er nog verschillende opties voor u open.

Op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: 'Awb') heeft u de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen tegen de afwijzing van uw vergunningsaanvraag. Uit art. 8:1 Awb volgt dat u slechts bezwaar kunt aantekenen tegen een besluit van een bestuursorgaan, waarbij u belanghebbende bent. Het moet dus in de eerste plaats gaan om een besluit, daarnaast moet u belanghebbende zijn bij dit besluit. 

De afwijzing van een verzoek is een besluit van de gemeente in de zin van artikel 1:3 lid 1 Awb. Omdat het besluit aan u als individueel is gericht, gaat het hier specifiek om een beschikking. Daarnaast zult u altijd belanghebbende zijn in de zin van art. 1:2 lid 1 Awb omdat u de geadresseerde van de beschikking bent. Dit betekent dat de beschikking aan u persoonlijk is gericht. Om het u gemakkelijker te maken zult u op de afwijzing van uw verzoek altijd een rechtsmiddelenverwijzing zien staan. Op deze manier wordt duidelijk gemaakt dat u een mogelijkheid heeft tot bezwaar en beroep. U hoeft dus niet zelf te toetsen of het in uw geval gaat om een besluit waarbij u belanghebbende bent. Indien u niets op de afwijzing ziet staan en u daardoor niet of te laat in bezwaar of beroep gaat, zal worden geconstateerd dat u de termijn verschoonbaar heeft overschreden. Uit art. 6:11 Awb volgt dat dit u dan niet kan worden aangerekend.

Als vaststaat dat het gaat om een besluit en u een belanghebbende bent bij dit besluit, kunt u een bezwaarschrift sturen naar hetzelfde bestuursorgaan dat de beslissing heeft genomen. In het geval van een vergunningsaanvraag, zal dit de gemeente zijn. Een voorbeeld van een bezwaarschrift vindt u hier. U dient hierbij wel rekening te houden met de termijn van art. 6:7 en art. 6:8 Awb. Deze termijn bedraagt 6 weken.   

De beroepsprocedure
Na het indienen van uw bezwaarschrift zal het bestuursorgaan een beslissing op bezwaar nemen. Het kan voorkomen dat ook na het indienen van een bezwaarschrift, uw aanvraag tot het verlenen van een vergunning niet wordt toegewezen. U heeft dan nog de optie om hiertegen in beroep te gaan. Een beslissing op bezwaar is altijd appellabel, dat wilt zeggen dat hiertegen altijd rechtsmiddelen openstaan. Ook hier geldt een beroepstermijn van 6 weken. Uit art. 8:1 Awb en art. 8:6 Awb volgt dat u in beroep gaat bij de bestuursrechter van de rechtbank. Welke rechtbank dat is, hangt volgens art. 8:7 Awb af van de plaats waar het bestuursorgaan zijn zetel heeft. Dit is afhankelijk van welke gemeente uw verzoek heeft afgewezen (dit zal uw eigen gemeente zijn). De rechter zal toetsen of de beslissing op bezwaar door de bestuursrechter rechtmatig is geweest. Indien dit het geval is, wordt uw beroep ongegrond verklaard en uw verzoek niet toegewezen. Indien de beslissing op bezwaar onrechtmatig is geweest zal uw beroep gegrond worden verklaard. De bestuursrechter kan dan het bestuursorgaan opdracht geven tot het nemen van een nieuw besluit, maar de bestuursrechter kan ook zelf een nieuwe uitspraak doen die in de plaats treedt van het bestreden besluit.

In hoger beroep
Als u het niet eens bent met de bestuursrechter in de beroepsprocedure, kunt u hiertegen in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze mogelijkheid volgt uit art. 8:104 Awb en art. 8:105 Awb. U dient dit wel weer binnen 6 weken na de uitspraak van de bestuursrechter te doen.

Conclusie
Alvorens u start met uw plannen tot het (ver)bouwen van bijvoorbeeld uw woning, is het noodzakelijk eerst te checken of hier een vergunning voor nodig is. Is dit het geval? Verzoek hiertoe dan, online dan wel per post, bij uw gemeente. Indien uw verzoek wordt afgewezen, is er nog geen reden tot paniek. Er staan altijd rechtsmiddelen open: het indienen van bezwaarschrift, het doorlopen van de beroepsprocedure en als laatste redmiddel het hoger beroep. 

 

Maar let op: aan het starten van een gerechtelijke procedure zijn altijd kosten verbonden. Dit geldt dus voor zowel het beroepschrift als het instellen van hoger beroep. Meer over de tarieven van de bestuurlijke beroepsprocedure en wat u kunt hierbij kunt verwachten, vindt u hier. De hoogte van de kosten van de procedure in hoger beroep vindt u hier



Huren, wat zijn mijn rechten en plichten?
19-03-2018
Door: Anne Verboom


Leuk, een eerste woning of verhuizen naar een andere woning! Maar wanneer u het huurhuis betrekt kunt u zomaar voor vervelende verrassingen komen te staan. Wat zijn dan uw rechten en plichten, als huurder, tegenover de verhuurder?

Verplichtingen verhuurder
De verhuurder heeft verplichtingen tegenover u, als huurder. “Hij is verplicht de zaak ter beschikking van de huurder te stellen en te laten voor zover dat voor het overeengekomen gebruik noodzakelijk is”, zo verwoordt artikel 7:203 BW. Dit is een essentieel punt, want centraal staat dat u gebruik moet kunnen maken van datgene dat u huurt. In het geval van uw woning mag het niet zo zijn dat de verhuurder u hindert of belemmert in het gebruik van uw woning.

Daarnaast heeft de verhuurder ook een verdergaande verplichting, namelijk de verplichting om de gebreken aan hetgeen u huurt te verhelpen. De verhuurder hoeft het gebrek echter niet te verhelpen als het gebrek valt toe te rekenen aan u, de huurder. Als u als huurder dus zelf iets kapot maakt aan de woning zult u het ook zelf moeten verhelpen. De verplichting van de verhuurder om de gebreken te verhelpen geldt niet voor kleine herstellingen waarvoor de huurder zelf verantwoordelijk is. Dit is bijvoorbeeld het vastzetten en vastschroeven van onder andere loszittende onderdelen, zoals trapleuningen, deurknoppen, drempels, elektrische schakelaars, wandcontactdozen en deurbellen vloerroosters, plafondroosters, sleutels van binnensloten en buitensloten. 

Verplichtingen huurder

Zoals hiervoor al is besproken moeten kleine herstellingen door de huurder zelf worden gedaan, dat staat in artikel 7:217 BW. Hierop bestaat de uitzondering dat, wanneer de verhuurder dit kleine gebrek heeft veroorzaakt, hij het dan ook moet herstellen.
De verplichting die iedere huurder wel kent is het betalen van de huur (artikel 7:212 BW). Dit moet volgens de wet gebeuren op de overeengekomen wijze en tijdstippen. Een veel gebruikte methode door huurders is het opschorten van de betaling om bijvoorbeeld reparaties of onderhoud af te dwingen. De huurder mag de betaling opschorten als de verhuurder niet nakomt wat in de overeenkomst is afgesproken. De verhuurder moet dan natuurlijk wel op de hoogte zijn van de gebreken die verholpen moeten worden. In veel algemene voorwaarden of huurovereenkomsten wordt de bevoegdheid tot opschorting uitgesloten. Als dit is opgenomen in uw huurovereenkomst mag u de betaling dus niet opschorten!

Koop breekt geen huur
Als huurder bent u een partij die vanuit de wet bescherming krijgt. Zo is in artikel 7:226 BW, de bepaling “koop breekt geen huur” opgenomen. Deze regeling zorgt ervoor dat, wanneer een verhuurde zaak wordt verkocht, de huurovereenkomst toch blijft gelden. De huurovereenkomst gaat mee met de overdracht van de zaak. Dit betekent praktisch dat de huurder alleen aan een ander persoon zijn huur zal betalen. Hij kan dus niet uit zijn woning worden gezet omdat deze verkocht is. Deze bepaling, die de huurder beschermd, is altijd geldig voor woon- en bedrijfsruimtes. Voor roerende zaken en onbebouwde grond kunnen partijen anders bepalen in hun overeenkomst. 

Het eindigen van de huur bij een woonruimte
Ook worden huurders bij het beëindigen van de huurovereenkomst goed beschermd. Dit betekent dat de verhuurder een valide reden moet hebben voor het opzeggen van de overeenkomst en dat hij een opzegtermijn in acht moet nemen. Indien u, als huurder, het niet eens bent met het beëindigen van de huurovereenkomst kunt u dit aangeven. De huurovereenkomst zal dan door blijven lopen tot het moment dat de rechter heeft besloten dat er gegronde redenen zijn voor het beëindigen van de overeenkomt. 


Mediation: wat is het en hoe werkt het?
11-3-2019
Door: Bas van der Ent

Stel: u werkt op de afdeling Financiën van een bepaald bedrijf. Op die afdeling zijn er twee collega’s die elkaar constant uitschelden, elkaar pesten en over elkaar roddelen. De sfeer op de afdeling wordt er niet beter op. Uw leidinggevende merkt dit ook op en besluit dat het zo niet langer kan. Er wordt een mediator ingeschakeld. Maar wat gaat de mediator nu precies doen? En wat is mediation eigenlijk?

Mediation is een vorm van alternatieve geschillenbeslechting. Geschillenbeslechting betekent het oplossen van conflicten. Met alternatief wordt bedoeld dat de geschillenbeslechting niet via de rechter gaat. Nog een andere vorm van alternatieve geschillenbeslechting is arbitrage. Hierbij stellen beide partijen een scheidsrechter (arbiter) aan die buiten de rechtbank om het geschil gaat behandelen.

Mediation wordt gebruikt om conflicten op te lossen. Denk bij conflicten aan echtscheidingen, arbeidsconflicten en burenruzies enzovoort. Het gaat hier niet zozeer om het juridisch gelijk hebben, maar meer om een oplossing te vinden die beide partijen tot tevredenheid stemt. Daarnaast zal een geslaagde mediation in de meeste gevallen tot een betere relatie leiden dan wanneer het conflict door een rechter behandeld zou zijn.

Het is aan de partijen zelf om een oplossing te vinden. De mediator zal enkel een begeleidende rol spelen en ervoor zorgen dat het administratieve werk in orde is. In de meeste gevallen zullen de deelnemende partijen zelf het initiatief nemen om mediation te starten. Het komt soms voor dat bijvoorbeeld een werkgever, zoals aan het begin van dit artikel is genoemd, twee werknemers naar een mediator stuurt.

Om een grote kans van slagen te bewerkstelligen, moeten partijen wel bereid zijn om samen tot een oplossing te komen. Zonder bereidheid zal mediation waarschijnlijk niet slagen. Mediation is dus niet vrijblijvend: er wordt wel inzet verwacht van partijen. Mediation is wel op vrijwillige basis, wat betekent dat een partij altijd kan stoppen met mediation als hij/zij er niet mee verder wil gaan, om welke reden dan ook.

Mediation in de praktijk
Als er overeenstemming bestaat over welke mediator de mediation tussen partijen gaat begeleiden, dan volgt er een intakegesprek. In dit gesprek zal de mediator zijn rol bespreken. Daarnaast zal de mediator, indien aangesloten bij Mediatorsfederatie Nederland (MfN), het MfN-reglement en de SKM-klachtenregeling aan partijen voorleggen. De mediator zal dit met partijen doornemen en daarna krijgen partijen de gelegenheid om deze documenten te ondertekenen. Meer informatie over deze documenten vindt u verderop in het artikel. Voordat de mediation echt van start kan gaan zal er een mediationovereenkomst gesloten moeten worden. Als dit ook is gebeurd, dan kan de mediation van start gaan.

Het intakegesprek zal waarschijnlijk één sessie in beslag nemen. In de daaropvolgende sessies worden de problemen die partijen hebben op tafel gelegd. Vaak zit er achter een probleem een achterliggend belang. De mediator zal deze proberen te achterhalen door hierover met de partijen over te praten. Het is voor een geslaagde mediation belangrijk dat er overeenstemming bestaat. Een compromis of ‘een verdeling van de taart’ is niet voldoende.

Geregistreerde mediators
Niet alle mediators in Nederland zijn aangesloten bij de MfN. Het wordt aangeraden dat u een mediator kiest die is aangesloten bij de MfN, aangezien dit de kwaliteit van de mediator garandeert. Daarnaast is een MfN-mediator gebonden aan het MfN-reglement en de daarbij horende klachtenregeling, een niet geregistreerde mediator is dat niet. Let hierbij dus wel op indien u een mediator nodig heeft.

Kosten
De kosten voor een mediator zijn gemiddeld 180 euro per uur (inclusief btw). Dit zal echter per mediator verschillen. Wanneer u onder een bepaalde inkomensgrens valt dan heeft u recht op rechtsbijstand. De mediator zal deze aanvraag voor u regelen indien u daar recht op heeft. U kunt de bijstand niet zelf aanvragen.

Mocht u nog vragen hebben over mediation of naar aanleiding van dit artikel, dan bent u natuurlijk van harte welkom op een van onze spreekuren op vrijdagavond van 19:30 tot 21:00 uur! De locaties vindt u onder het tabblad ‘spreekuren’. 


De arbeidsovereenkomst
18-02-2019
Door: Arianne Kievit

Eén van de rechtsgebieden waar iedereen zich vast wel iets bij kan voorstellen is het rechtsgebied arbeidsrecht. Misschien vanuit je bijbaantje als student of scholier, of omdat je al jaren fulltime werkzaam bent. Een terugkerend fenomeen binnen het arbeidsrecht, is dan ook de arbeidsovereenkomst.

Arbeidsovereenkomst
Als je als werknemer werkzaam bent, dan zul je deze werkzaamheden (bijna) altijd verrichten op grond van een arbeidsovereenkomst. Een arbeidsovereenkomst is een overeenkomst waarin je met de werkgever afspreekt welke verplichtingen jullie beiden hebben. De wet stelt een aantal voorwaarden waar aan voldaan moet worden voordat je kunt spreken over een arbeidsovereenkomst. Zo is het verplicht dat jij als werknemer de arbeid persoonlijk (dus zelf) verricht, dat je werkgever aan jou loon betaald voor het werk dat je uitgevoerd hebt, en dat er sprake is van een gezagsverhouding tussen jou en je werkgever. Met dit laatste wordt bedoeld dat de werkgever aan jou instructies kan geven. Is hieraan voldaan? Dan is er sprake van een arbeidsovereenkomst!

Bepaalde of onbepaalde tijd?
Zo een arbeidsovereenkomst kan afgesloten zijn voor bepaalde tijd, of voor onbepaalde tijd. Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, is hierin opgenomen (bepaald) wanneer de arbeidsovereenkomst beëindigd zal worden. Soms is het zo dat een contract voor bepaalde tijd omgezet wordt in een contract voor onbepaalde tijd (‘in vaste dienst’), als veel van deze ‘bepaalde tijdscontracten’ elkaar opvolgen. Maar wanneer is hier nu sprake van?

Volgens de wet is het zo, dat als meerdere arbeidscontracten elkaar opvolgen, de zogenoemde ketenregeling van artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van toepassing is. Bij een opeenvolging van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, kan een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. De hoofdregel voor een keten van arbeidsovereenkomsten van onbepaalde tijd staat in art. 7:668a BW. Lid 1 van dit artikel geeft twee mogelijke opties hiervoor aan. Deze kunt u vinden in sub a en sub b van dit artikel. Beide opties zullen we kort toelichten.

Sub a:
In sub a van dit artikel staat geschreven, dat vanaf de dag dat de duur van de contracten voor bepaalde tijd, de duur van 24 maanden overschrijden, het laatste contract van rechtswege (automatisch) wordt geconverteerd (omgezet) in een contract voor onbepaalde tijd. Dus als u langer dan 24 maanden werkzaam bent op grond van arbeidscontracten voor bepaalde tijd, dan worden die contracten na 24 maanden gezien als een contract voor onbepaalde tijd.  Hoe ziet dit er dan precies uit? Zie ter verduidelijking onderstaande figuur.


Dit betekent dus concreet, dat na verloop van 24 maanden geldt dat de laatste arbeidsovereenkomst gezien wordt als aangegaan voor onbepaalde tijd.

Sub b:
Sub b bespreekt de mogelijkheden voor situaties waarbij er (veel) op elkaar volgende arbeidscontracten zijn. Zaten er pauzes tussen deze op elkaar volgende arbeidscontracten? Dan hoeft dit niet persé uit te maken, zolang de pauzes tussen de contracten steeds maar korter waren dan 6 maanden. Als het zo is dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de derde keer wordt verlengd, dan wordt het hierop volgende contract hierdoor van rechtswege geconverteerd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.  Ook hiervoor kunt u ter verduidelijking naar onderstaande figuur kijken.


Dit betekent voor u als werknemer concreet dat als u meer dan drie bepaalde tijdscontracten heeft aangeboden gekregen, terwijl tussen de arbeidsovereenkomsten niet meer dan zes maanden zijn verstreken, het vierde bepaalde tijdscontract ook automatisch wordt omgezet (geconverteerd) in een contract voor onbepaalde tijd.

Conclusie
Op grond van artikel 7:668a lid 1 kan op een tweetal manieren een contract voor bepaalde tijd op grond van de wet worden omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. Dit kan zijn op grond van sub a: als de arbeidsovereenkomsten langer dan 24 maanden hebben geduurd. Of op grond van sub b: als u meer dan drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten heeft ontvangen. Beide situaties kunt u zien in onderstaande figuur.

 


Mocht u vragen hebben over uw arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd, of mocht u vragen hebben naar aanleiding van dit artikel, dan zien wij u graag terug op één van onze spreekuren. De locaties en tijden van onze spreekuren kunt u op onze website onder het kopje ‘spreekuren’ vinden. Wij zien u graag terug! 

Betaalbare rechtshulp voor iedereen!
28-01-2019
Door: Laurina Lokerman

Veel mensen die juridische hulp nodig hebben om een probleem op te lossen, durven niet snel naar een advocaat of mediator te stappen. Juristen hanteren vaak een hoog uurtarief en een klein geschil kan zo al snel honderden of zelfs duizenden euro’s kosten. Althans, dat is wat de meeste mensen denken.  Er bestaat namelijk de mogelijkheid voor mensen om gesubsidieerde rechtsbijstand te ontvangen. Deze gesubsidieerde rechtsbijstand wordt ook wel een ‘toevoeging’ genoemd.  

Wanneer heeft u recht op gesubsidieerde rechtsbijstand?
De rechtsbijstand is alleen beschikbaar voor mensen met een verzamelinkomen dat lager is dan €26.900 voor alleenstaanden, of €38.000 voor gehuwden, samenwonenden of eenoudergezinnen met een minderjarig kind. Als u in een van deze categorieën valt heeft u recht op rechtsbijstand. Het recht op rechtsbijstand betekent niet dat alle kosten vergoedt zullen worden, u zult namelijk een eigen bijdrage moeten betalen. Hoe hoog deze eigen bijdrage is, verschilt per situatie, maar het is wel zo dat de eigen bijdrage hoger wordt naarmate het verzamelinkomen hoger is. Op www.rechtsbijstand.nl kunt u precies uitzoeken hoe hoog de eigen bijdrage in uw situatie is.  

Hoe kunt u gesubsidieerde rechtsbijstand aanvragen?
Gesubsidieerde rechtsbijstand kan niet door uzelf worden aangevraagd. De advocaat of mediator die u wilt inschakelen zal de toevoeging voor u aanvragen. De toevoeging hoort te worden aangevraagd voordat de advocaat of mediator uw juridische probleem in behandeling neemt. Om een toevoeging te kunnen aanvragen, zult u een kopie van een identificatiebewijs, uw burgerservicenummer en eventueel schriftelijke informatie over uw juridische problemen mee moeten nemen naar uw advocaat of mediator. Niet elke advocaat of mediator werkt met toevoegingen, dus het is belangrijk dat u vooraf vraagt of de jurist die u heeft uitgezocht een toevoeging voor u wilt aanvragen.  

Als u het moeilijk vindt om dit zelf allemaal uit te zoeken, kunnen wij u daar bij de Rechtswinkel mee helpen. Wij kunnen u een inhoudelijk advies geven over uw juridische problemen en u doorverwijzen naar bekwame advocaten en mediators. Kom dus vooral langs op het spreekuur!