Rechtswinkel Goeree-Overflakkee

Locaties in Middelharnis, Oude-Tonge & Numansdorp

Vind u het recht interessant en wilt u meer weten over bepaalde juridische onderwerpen

Met regelmaat zal hier door een van onze medewerkers een bericht worden geplaatst met informatie over veel voorkomende juridische onderwerpen in het dagelijks leven. Zijn er juridische onderwerpen waar u graag eens een blog over wil lezen, laat het ons dan gerust eens weten!

De gevolgen van een strafbeschikking

16-02-2021

Door: Leonie de Vos

De strafbeschikking is een omstreden middel van het Openbaar Ministerie (OM) om delicten af te handelen. Sinds 2008 doen officieren van justitie namelijk eenvoudige zaken zelf af, zonder tussenkomst van de rechter. Het OM mag daarbij geen gevangenisstraf opleggen, maar wel een geldboete, taakstraf of rijverbod. Een veroordeling levert dan een strafblad op. Nu rechtbanken door de coronacrisis een achterstand moeten inlopen, zal het OM vaker een strafbeschikking op gaan leggen. Wat zijn daar nu eigenlijk de gevolgen van en hoe kunt u het beste handelen als u een strafbeschikking heeft ontvangen?

Soorten boetes

Er zijn drie verschillende soorten boetes: een transactievoorstel, een mulderboete en een strafbeschikking. Een transactievoorstel is een manier om vervolging af te kopen. Het komt dan ook niet op uw strafblad te staan. Indien u dit niet betaalt, wordt uw zaak bij de rechter behandelt. Transactievoorstellen worden eigenlijk bijna niet meer gegeven.

Een mulderboete komt ook niet op uw strafblad. Indien u het niet eens bent met deze boete, kunt u bezwaar maken. Doet u dit niet, dan wordt de boete na een tijd onherroepelijk. Indien u geen bezwaar maakt en niet betaalt, wordt de boete verhoogd.

Een strafbeschikking komt juist wel op uw strafblad te staan, indien de boete hoger is dan 100 euro, naast de geldboete nog een bijkomende straf wordt opgelegd en/of er een taakstraf wordt opgelegd.

U kunt de verschillende boetes uit elkaar houden door de letter die rechtsboven in de brief staat die u hebt gekregen. Een mulderboete wordt aangegeven met een M en een transactievoorstel met een T. Strafbeschikkingen worden aangegeven met een S of een O. Daarnaast staat altijd duidelijk vermeld dat het om een strafbeschikking gaat.

In verzet

Indien u een strafbeschikking heeft gekregen en het daar niet mee eens bent, kunt u bezwaar maken bij de officier van justitie. Dit heet in verzet gaan. Hiervoor heeft u 14 dagen de tijd. Deze 14 dagen gaan in vanaf het moment dat u weet dat u een strafbeschikking heeft gekregen. Er zijn twee manieren om in verzet te gaan: u kunt een brief sturen of naar de balie gaan van het parket bij u in de buurt. Een parket is een kantoor van het OM.

Indien u een brief stuurt, heet dit een verzetschrift. Alleen u of uw advocaat mogen deze brief schrijven. Op de volgende website kunt u vinden wat in dit verzetschrift moet staan: https://www.cjib.nl/ik-ben-het-niet-eens-met-een-strafbeschikking

Als u het niet eens bent met de strafbeschikking is het erg belangrijk dat u de eventuele boete niet betaalt! Indien u dit wel doet, bekent u namelijk het feit. Betaalt u niet, maar gaat u ook niet in verzet, dan bekent u het feit ook en wordt de boete verhoogd.

Na uw verzet

Binnen enkele maanden ontvangt u een reactie van de officier van justitie naar aanleiding van uw verzet. De officier van justitie kan uw strafbeschikking intrekken of wijzigen, of de zaak voorleggen aan de rechter. Indien de strafbeschikking wordt gewijzigd, is het nieuwe strafvoorstel altijd een lagere straf.

Gevolgen van een strafblad

Een registratie in het Justitieel Documentatie Systeem heeft een aantal gevolgen. Zo kunt u bepaalde beroepen niet meer uitvoeren, zoals advocaat, docent of deurwaarder. Voor bepaalde beroepen of functies heeft u misschien een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) nodig. Een strafblad kan betekenen dat u deze niet krijgt. Tenslotte kunnen visa, een verblijfsvergunning of bepaalde verzekeringen worden geweigerd.

Kortom, heeft u een strafbeschikking gekregen en bent u het hier niet mee eens? Ga dan op tijd in verzet en betaal de boete niet.

  

Algemene voorwaarden voor consumenten 101

20-01-2021

Door: Yvonne Bin

De algemene voorwaarden. Iedereen kent ze wel. De meesten zullen het voornamelijk kennen als het stuk tekst dat meestal wordt overgeslagen. In plaats van het lezen wordt er liever rechtstreeks naar de akkoord-knop gescrold. Ook bij overeenkomsten op papier zijn de algemene voorwaarden terug te vinden. Gelukkig heeft onze wetgever er rekening mee gehouden dat ze vaak niet aandachtig worden gelezen. Het kan namelijk zo zijn dat u achteraf toch nog onder een clausule van dat vervelende stuk tekst uit kunt komen.

Wat zijn algemene voorwaarden precies? Artikel 6:231 sub a Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), beschrijft ze als bepalingen die voor meerdere overeenkomsten gebruikt worden, met uitzondering van de bepalingen die de kern van de prestaties aangeven. Aangezien de algemene voorwaarden voor meerdere overeenkomsten gebruikt worden, zijn ze vaak ook terug te vinden op de website van het bedrijf met wie u een overeenkomst hebt gesloten. Als de algemene voorwaarden onderdeel zijn van de overeenkomst, bent u gebonden wanneer de overeenkomst tot stand is gekomen. Dit geldt ook wanneer u de algemene voorwaarden niet heeft gelezen (op grond van artikel 6:232 BW).

Wanneer u de algemene voorwaarden niet goed heeft doorgenomen is er voor u, als consument, na het sluiten van de overeenkomst een inhoudstoetsing van de algemene voorwaarden mogelijk. Er zijn twee gronden die een bepaling uit de algemene voorwaarden vernietigbaar maken. Ten eerste moet u een redelijke mogelijkheid hebben gehad om van de algemene voorwaarden kennis te nemen (artikel 6:233 sub b BW). De gebruiker van de algemene voorwaarden moet hierbij aan verschillende eisen voldoen om dit mogelijk te maken. Dit is uitgewerkt in artikel 6:234 BW. Ten tweede kan een bepaling onredelijk bezwarend voor u blijken (artikel 6:233 sub a BW).

Maar wat houdt ‘onredelijk bezwarend’ dan in? De term ‘onredelijk bezwarend’ wordt ingevuld door de wetgever. In artikel 6:236 BW staat de zwarte lijst. Hierin worden gevallen genoemd, die in ieder geval onredelijk bezwarend zijn. Hierbij kunt u denken aan bepalingen waarin een bedrijf u het recht ontneemt om de prestatie op te kunnen eisen, of dat het bedrijf het recht tot ontbinding beperkt. Een bepaling is ook onredelijk bezwarend, wanneer de gebruiker van de algemene voorwaarden in een bepaling heeft opgenomen dat zij zelf bepaalt of ze tekort is geschoten in de nakoming. Naast de zwarte lijst, bestaat de grijze lijst. Deze is opgenomen in artikel 6:237 BW. Hierin staan gevallen genoemd, waarin bepalingen vermoed worden onredelijk te zijn. Hier kan dus twijfel over bestaan en is tegenbewijs mogelijk. Een voorbeeld is een bepaling waarin de gebruiker van de algemene voorwaarden uitsluit dat u gebruik kunt maken van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding. Andere voorbeelden zijn: een bepaling die een bedrijf de mogelijkheid geeft om een prestatie te leveren die een andere is dan is overeengekomen, of een bepaling waarin een lange termijn is opgenomen voor het bedrijf om aan de nakoming te voldoen. Ten slotte geldt bij twijfel over de uitleg van de bepalingen van de zwarte en grijze lijst, dat ze in uw voordeel moeten worden uitgelegd (artikel 6:238 lid 2 BW).

Heeft u zelf een geschil over de algemene voorwaarden? Of heeft u een juridische vraag over een ander geschil? Stuur ons dan gerust een e-mail via info@rechtswinkelgo.nl en dan helpen wij u graag verder! 

De 100%-regel in het verkeer

13-07-2020

Door: Sjouk Bruinsma

Stel dat uw kind van 10 jaar met de fiets plotseling zonder te kijken de weg oprijdt en in botsing komt met een auto die onmogelijk nog kan remmen. Gelukkig valt het achteraf mee. Behalve dat u en uw kind flink zijn geschrokken heeft uw kind een gebroken arm en wat blauwe plekken. De automobilist heeft, in een poging uit te wijken, een paaltje geraakt en als gevolg daarvan een deukje in de auto.

Wie is nu aansprakelijk voor de schade die als gevolg van het ongeluk is ontstaan? Heeft de automobilist gelijk als deze beweert dat het de eigen schuld van het kind was (niet uitkijken) en dat sprake was van overmacht (remmen was onmogelijk)?

De wet zegt het volgende

De eigenaar of bestuurder van een motorrijtuig (auto’s, bromfietsen, motoren) is aansprakelijk voor de schade die door het motorrijtuig is veroorzaakt ten opzichte van een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer, zoals een voetganger of fietser. Dit staat in artikel 185 Wegenverkeerswet (hierna artikel 185 WVW). De eigenaar of bestuurder kan zich op overmacht beroepen, maar in de praktijk gaat de rechter er niet snel van uit dat sprake is van overmacht. Wanneer alleen motorrijtuigen (auto’s, bromfietsen, motoren) of alleen ongemotoriseerden (voetgangers, fietsers) bij het ongeval betrokken zijn, is artikel 185 WVW niet van toepassing. De Hoge Raad heeft artikel 185 WVW verder verduidelijkt in de rechtspraak.

Motivatie 100%-regel

De Hoge Raad heeft op basis van het artikel 185 WVW voor kinderen jonger dan 14 jaar een speciale regel, de 100%-regel, geformuleerd. Op grond van de 100% regel is de automobilist volledig aansprakelijk voor alle schade, indien een kind jonger is dan 14 jaar. Deze regel is dus niet in het wetboek terug te vinden. Volgens de Hoge Raad kunnen voor de 100%-regel de volgende argumenten worden aangedragen:

1. Kinderen hebben door hun impulsiviteit en onberekenbaarheid van gemotoriseerd verkeer aanzienlijk meer gevaar te duchten dan volwassen voetgangers of fietsers.

2. Het is de bedoeling van artikel 185 WVW om deze kinderen te beschermen tegen de extra risico’s die het gemotoriseerde verkeer voor hen meebrengt.

3. Juist voor kinderen zijn de gevolgen van een aanrijding, in het bijzonder wanneer het om blijvend lichamelijk of geestelijk letsel gaat, uitzonderlijk ingrijpend.

Totstandkoming 100%-regel

De 100%-regel is het resultaat van een tweetal belangrijke arresten van de Hoge Raad waarvan het eerste betrekking heeft op de eigen schuld en het tweede op overmacht. Voor de bepaling van de eigen schuld is het volgende van belang:

1. hoeveel schuld hebben slachtoffer en aansprakelijke persoon aan het ongeval en;

2. wat zijn de omstandigheden van het geval.

1. hoeveel schuld hebben slachtoffer en aansprakelijke persoon aan het ongeval, door wiens schuld is het ongeluk (in belangrijke mate) veroorzaakt.

Ingrid Kolkman, een meisje van bijna 14 jaar, steekt 's ochtends een voorrangsweg over, terwijl zij had moeten wachten, en wordt daarbij geschept door een bestelbusje. De Hoge Raad gaf in het arrest van Ingrid Kolkman een bijzondere regel met betrekking tot de eigen schuld van een ongemotoriseerde voetganger/fietser beneden de 14 jaar. Kinderen onder de 14 jaar kunnen niet voor onrechtmatige gedragingen aansprakelijk worden gesteld, dit volgt uit art. 6:164 Burgerlijk Wetboek. Indien een kind onder de 14 jaar eigen schuld heeft bij veroorzaakte schade kan dit niet aan het kind worden toegerekend, tenzij er sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van het kind.

Bij opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid kan gedacht worden aan de door oudere kinderen gespeelde gevaarlijke spelletjes zoals het vlak voor naderend verkeer oversteken of aan het in de duisternis op de middenstreep van de weg gaan liggen. Bij opzet kan men ook aan zelfmoord denken, maar die zullen in deze leeftijdscategorie zeer schaars zijn.

2. wat zijn de omstandigheden van het geval, geven deze omstandigheden aanleiding om een correctie op de eigen schuld toe te passen.

Marbeth van Uitregt (10 jaar oud) reed vanuit de uitrit van het woonhuis van haar vriendinnetje met haar fiets onverhoeds en zonder eerst naar rechts te kijken rechtsaf de Steenstraat op, waarmee zij een ernstige verkeersovertreding beging. Zij botste daarbij tegen de linker voorzijde van een auto. De Hoge Raad heeft in het arrest van Marbeth van Uitregt een specifieke regel geformuleerd met betrekking tot overmacht. Bij aanrijdingen tussen een motorrijtuig en een kind beneden de 14 jaar moet worden aangenomen dat fouten van het kind die hebben bijgedragen aan de aanrijding voor rekening komen van de bestuurder en geen overmacht voor de bestuurder opleveren. Ook hier geldt weer dat er geen sprake moet zijn van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid, maar dat komt in de praktijk maar zelden voor.

Concluderend kan worden gesteld dat op grond van deze twee arresten de automobilist die een kind aanrijdt op basis van de 100%-regel van de Hoge Raad volledig aansprakelijk is voor alle schade, indien het kind jonger dan 14 jaar is.

Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen

Verder speelt op de achtergrond de verplichte Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen (WAM-dekking) een rol oftewel de verzekeraar moet de schade vergoeden. De Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen verplicht bezitters van een motorrijtuig om een verzekering af te sluiten die de schade, ontstaan door dat motorrijtuig, aan verkeersslachtoffers moet vergoeden. Deze wet is ingevoerd op 1 januari 1965 en speelt dus al ruim een halve eeuw een belangrijke rol bij verkeersongevallen waar een motorrijtuig bij is betrokken. Het doel van deze wet is om de belangen te beschermen van slachtoffers die betrokken zijn bij een verkeersongeval met een motorrijtuig. Wanneer iemand een verkeersongeluk heeft gehad, kan deze zijn schade namelijk rechtstreeks vorderen bij de WAM-verzekeraar van de bezitter van het motorrijtuig.

Non-conformiteit bij de aanschaf van een (nieuwe) auto

15-06-2020

Door: Bas van der Ent

Het kopen van een auto is voor de meeste mensen een leuke gebeurtenis. Toch kunnen er aan de auto gebreken kleven, die voor aankoop niet altijd duidelijk waren. In juridische zin kan in dat geval mogelijk sprake zijn van bijvoorbeeld non-conformiteit, dwaling of zelfs, in uitzonderlijke omstandigheden, bedrog. In deze blog zal specifiek worden ingegaan op het eerste leerstuk: non-conformiteit.

De consument

Non-conformiteit is geregeld aan het begin van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Daarbij dient allereerst opgemerkt te worden dat een consument extra wettelijke bescherming geniet. Een consument is volgens artikel 7:5 lid 1 BW een natuurlijke persoon die niet handelt in het kader van bedrijfsdoeleinden een overeenkomst sluit met een partij die wel in het kader van bedrijfsdoeleinden handelt (een zakelijke partij).

De hoofdregel (voor alle kopers)

In artikel 7:17 lid 1 BW wordt gesteld dat de zaak (de auto) aan de overeenkomst moet voldoen. In het tweede lid wordt vervolgens genoemd wanneer een zaak niet aan een overeenkomst voldoet. Er zal gelet moeten worden op de aard van de zaak en de door de verkoper gedane mededelingen. Dit laatste wordt ook wel de mededelingsplicht van de verkoper genoemd. Tevens mag een koper verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. Van een auto mag men verwachten dat deze zich kan voortbewegen van punt A naar punt B. Indien de koper afspraken met de verkoper heeft gemaakt omtrent bijzonder gebruik, dan zal ook daaraan voldaan moeten zijn.

Van de koper wordt ook enige inzet verwacht. Zo kan een koper zich volgens artikel 7:17 lid 5 BW niet op non-conformiteit beroepen, indien het betreffende gebrek hem bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Dit wordt ook wel de onderzoeksplicht van de koper genoemd. Over het algemeen zal de koper de gelegenheid krijgen de auto voor en tijdens een proefrit nader te inspecteren.

Belangrijke punten waarop een koper moet letten bij de aanschaf van een auto zijn onder meer de kilometerstand, het aantal vorige eigenaren, de APK-vervaldatum, de waarde, het uiterlijk (bijvoorbeeld de lak), enzovoort.

Extra bescherming consument

In tegenstelling tot artikel 7:17 BW, geldt artikel 7:18 BW enkel voor consumenten. Zo stelt artikel 7:18 lid 2 BW dat in het geval een gebrek zich binnen zes maanden na aflevering voordoet, wordt vermoed dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt. Dit houdt in dat de verkoper aan zal moeten tonen dat de auto wel aan de overeenkomst beantwoordt en de koper ‘slechts’ de stellingen van de verkoper moet verwerpen met andere bewijsstukken. Normaal gesproken is het aan de koper om aan te tonen dat een gebrek bij aankoop reeds bestond. Artikel 7:18 lid 2 BW creëert voor de consumentenkoper dus een gunstigere positie.

Recht op correcte nakoming

Indien is vastgesteld dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, kan de koper volgens artikel 7:21 lid 1 BW eisen dat het ontbrekende wordt afgeleverd (denk bijvoorbeeld aan een missend onderdeel), het gebrek aan de auto wordt hersteld of de auto volledig wordt vervangen. In geval sprake is van een consumentenkoop kan hier alleen van worden afgeweken in het geval herstel dan wel vervanging redelijkerwijs niet van de verkoper gevergd kan worden. Dit zal het geval zijn wanneer de kosten van herstel dan wel vervanging niet in verhouding staan tot het gebrek.

In het geval de verkoper niet binnen redelijke tijd nakomt, heeft de koper volgens artikel 7:22 lid 1 BW het recht de overeenkomst te ontbinden dan wel om prijsvermindering te verzoeken in evenredigheid met de ernst van het gebrek. De koper zal dus eerst de verkoper de gelegenheid moeten geven het gebrek te herstellen, voordat deze bevoegdheden kunnen worden aangewend.

De verkoper heeft een mededelingsplicht en de koper een onderzoeksplicht. Een consument geniet meer wettelijke bescherming. De bewijslast wordt namelijk omgedraaid in geval er zich een gebrek voordoet binnen zes maanden na aflevering. De koper heeft in het geval non-conformiteit is aangetoond verschillende rechten, te weten aflevering van het ontbrekende, herstel en vervanging. Ontbinding van de overeenkomst en prijsvermindering worden daaraan toegevoegd, in geval de verkoper niet binnen een redelijke termijn de gebreken verhelpt. 

Partneralimentatie

03-06-2020

Door: Annelijn van Es

Echtgenoten en geregistreerde partners zijn onderhoudsplichtig. Dat betekent dat u verplicht bent voor elkaar te zorgen, ook financieel. Na het beëindigen van uw relatie blijft de onderhoudsplicht voor uw ex-partner bestaan. U heeft recht op alimentatie van uw partner indien u getrouwd of geregistreerd partner bent geweest én uw ex-partner een hoger inkomen heeft.

Wijzigingen per 1 januari 2020

Op 1 januari is de nieuwe Wet Herziening Partneralimentatie ingegaan. De regels omtrent de duur van de partneralimentatie zijn gewijzigd. Start u na 1 januari 2020 een echtscheidingsprocedure? Dan heeft u recht op partneralimentatie voor de helft van het aantal jaar dat uw huwelijk duurde, tot een maximum van 5 jaar. Bent u bijvoorbeeld 4 jaar getrouwd geweest, dan heeft u recht op 2 jaar partneralimentatie. Er gelden een aantal uitzonderingen:

1.      Heeft u samen kinderen? Dan stopt de partneralimentatie niet eerder dan dat het jongste kind van u en uw echtgenoot 12 jaar wordt. Voorbeeld: Was u 4 jaar getrouwd en is uw jongste kind 4 jaar oud? Dan heeft u recht op 8 jaar partneralimentatie.

2.      Als het huwelijk langer dan 15 jaar of geregistreerd partner heeft geduurd en de alimentatiegerechtigde binnen 10 jaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, dan eindigt de partneralimentatie op het moment dat de alimentatiegerechtigde de AOW leeftijd bereikt;

3.      Als het huwelijk langer dan 15 jaar heeft geduurd of geregistreerd partner en de alimentatiegerechtigde is geboren vóór of op 1 januari 1970, dan eindigt de partneralimentatie na 10 jaar;

Als het verzoek nog in 2019 is ingediend geldt de wetgeving 2019 (dus maximaal 12 jaar alimentatie) en als het verzoekschrift wordt ingediend na 1 januari 2020 dan geldt de nieuwe wetgeving (dus maximaal 5 jaar alimentatie).

Gescheiden voor 2020

Heeft u de echtscheiding ingediend tussen 1 juli 1994 en 1 januari 2020? Dan gelden de oude regels.

- Duurde uw huwelijk of geregistreerd partnerschap langer dan 5 jaar? Dan heeft u maximaal 12 jaar recht op partneralimentatie.

- Heeft u samen kinderen? Dan heeft u maximaal 12 jaar recht op partneralimentatie.

- Duurde het huwelijk of partnerschap korter dan 5 jaar en heeft u geen kinderen? Dan heeft u net zo lang recht op partneralimentatie als het huwelijk of de partnerschap duurde.

Komt u in ernstige problemen als de alimentatie stopt? Dan kunt u de rechter vragen de periode te verlengen. U kunt ook samen een kortere of langere periode afspreken. Dit moet u vastleggen in uw echtscheidingsconvenant of overeenkomst.

Wilt u meer weten over dit onderwerp of heeft u andere vragen? Neem dan gerust contact met ons op! 

Uw rechten tijdens de Corona-maatregelen

06-05-2020
Door: Anne Verboom

Het Corona-virus heeft een grote impact op onze maatschappij. De vrijheid om te gaan en staan waar we willen is ingeperkt. Dat alles met één doel: onszelf en onze medemens beschermen. Begrijpelijk, maar soms ook lastig. In deze blog wordt een overzicht gegeven van uw rechten op het gebied van werk, school, reizen en sporten.

Verplicht vakantie opnemen

Veel werkgevers hebben het in deze tijd erg lastig, veel bedrijven hebben minder werk. De werkgever kan u als werknemer echter niet verplichten om vakantie op te nemen. De teruglopende werkzaamheden komen immers voor rekening en risico van de werkgever. Wat de werkgever wel kan doen is een redelijk verzoek aan de werknemers om bijvoorbeeld voor 1 september 2020 minimaal 70% van de opgebouwde vakantiedagen op te nemen. Dit komt voort uit het beginsel van goed werknemerschap.

Om de werkgevers tegemoet te komen heeft de overheid de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) opgesteld. De NOW is bedoeld om werkgevers te ondersteunen wanneer deze te maken hebben met omzetverlies.

Basisscholen weer open

Vanaf 11 mei zullen de basisscholen weer worden opengesteld voor onderwijs. Maar u twijfelt, liever houdt u uw kinderen nog even thuis. Normaal gesproken krijgt u dan te maken met de onderwijsinspectie. In de Tweede Kamer is een motie ingediend door de PVV en PvdA die door alle partijen werd ondersteund. Hiermee is besloten dat ouders die hun kinderen thuishouden niet te maken krijgen met de onderwijsinspectie tijdens de Corona-pandemie.

Reizen

De vakantie voor deze zomer was al geboekt, maar nu wilt u toch liever in eigen land blijven. Wanneer het ministerie van Buitenlandse Zaken uw bestemming afraadt kan de reis kosteloos worden geannuleerd. Als de reisorganisatie de reis niet kan uitvoeren heeft u recht op vergoeding van de reiskosten. Op dit moment worden veel reizen geannuleerd, waardoor reisorganisaties vouchers aanbieden waarmee u op een ander moment of naar een andere bestemming kunt reizen. Met een voucher van de reisorganisatie kunt u een voordeel hebben wanneer de reisorganisatie failliet gaat en de kosten niet kan terugbetalen. Uw voucher kunt u immers bij een andere reisorganisatie inwisselen. Ook blijft uw recht op geld in stand, u kunt namelijk alsnog later besluiten om uw geld terug te vragen. Mocht u hier niet akkoord mee willen gaan, heeft u recht op terugbetaling van de kosten.

Sporten

Vanaf 29 april mogen jongeren tot en met 18 jaar weer samen trainen in de buitenlucht. Ook volwassenen mogen weer trainen vanaf 11 mei, maar moeten ook dan 1,5 meter afstand houden.

Maar wat kunt u nu nog met uw sportschoolabonnement? U heeft bijvoorbeeld een sportschoolabonnement voor een jaar afgesloten maar kunt geen gebruik maken van de faciliteiten. Dit betekent dat uw dienst niet wordt geleverd, terwijl u er wel voor heeft betaald. U heeft dan recht op compensatie. U kunt akkoord gaan met alternatieven zoals online lessen. Maar hiermee maakt u geen gebruik van de dienst waarvoor u heeft betaald. Gedeeltelijke ontbinding kan dan een oplossing bieden. U betaalt geen contributie voor de periode dat de sportschool is gesloten. Uw sportschool moet de contributie voor die periode aan u terugbetalen.

De omgangsregeling: hoe komt deze tot stand? 
20-04-2020
Door: Danique Vermeulen

Een echtscheiding is al vervelend genoeg, vooral als daar kinderen bij betrokken zijn. Indien dit het geval is, moet u een omgangsregeling treffen. Als ouder heb je recht op omgang met je kinderen. En kinderen hebben recht op contact met beide ouders. Om dit goed te regelen is het van belang dat er een omgangsregeling wordt opgesteld. In een omgangsregeling, ook wel bekend als bezoekregeling, staan alle afspraken die jullie maken over de omgang met jullie (kind)eren. Het is een verzameling afspraken over wanneer en hoe vaak de kinderen bij de niet-verzorgende ouder zijn. Belangrijk om te vermelden is dat er geen concrete omgangsregeling bestaat. Iedere situatie is anders. Een omgangsregeling is passend als de ouders en de kinderen tevreden zijn.

Samen afspraken maken en vastleggen

Ouders zijn vrij om samen afspraken te maken. U moet in elk geval afspreken wie de verzorgende ouder is. In andere woorden: u moet dus in elk geval afspreken wat het hoofdverblijf van de kinderen is en wanneer de andere ouder de kinderen ziet. Het hoofdverblijf is de woning waar uw kind/kinderen het meest verblijft/verblijven. Uw kind staat op dit adres bij de gemeente ingeschreven. Ook moet er in de omgangsregeling komen te staan hoe vaak en wanneer de kinderen bij de niet-verzorgende ouder zullen zijn.

De afspraken over de omgang worden vaak vastgelegd in een ouderschapsplan. Tevens is een ouderschapsplan verplicht als u gaat scheiden en wanneer u kinderen heeft. Overigens kunt u kiezen om de afspraken in een overzichtelijk schema te zetten of de omgang te beschrijven.

Welke afspraken staan in de omgangsregeling?

U weet hoe u de afspraken kunt vastleggen. Wat voor soort afspraken staan er in de omgangsregeling? Denk hierbij aan de volgende soort afspraken:

  • Afspraken m.b.t. verdeling van tijd: Op welke dagen zijn de kinderen bij wie? Op welke dagen gaan de kinderen weer terug naar de andere ouder? En op welke tijden? Blijven de ouders bij elkaar in de buurt wonen? In welke mate houden de ouders contact op het moment dat de kinderen bij de andere ouder zijn?
  • Afspraken m.b.t. halen en brengen: Welke ouder brengt of haalt de kinderen van/naar school, sport en andersoortige activiteiten?
  • Afspraken m.b.t. vakanties en feestdagen

Voorbeelden van omgangsregelingen

De meest voorkomende omgangsregelingen zijn de volgende:

  • De klassieke omgangsregeling: De kinderen verblijven gedurende één weekend per 14 dagen bij de niet-inwonende ouder. Vakanties en feestdagen worden vaak evenredig verdeeld.
  • De meer uitgebreide klassieke omgangsregeling: De kinderen verblijven naast één weekend per 14 dagen ook nog één of meerdere doordeweekse dag(en) bij de niet-inwonende ouder.
  • Co-ouderschap: Bij de co-ouderschapsregeling zijn beide ouders gelijkwaardig betrokken bij de verzorging en opvoeding van hun kind(eren). Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verzorgende en niet-verzorgende ouder.

Wat als u er samen niet uitkomt?

Indien het niet lukt om samen een omgangsregeling vast te stellen kunt u een mediator inschakelen. Een mediator of bemiddelaar bespreekt punten met u die van belang zijn voor de omgangsregeling en legt de afspraken vast in een ouderschapsplan. Komt u er niet uit met de hulp van een mediator? Dan kunt u de rechter verzoeken om een omgangsregeling vast te stellen. U heeft daarvoor een advocaat nodig omdat de procedure valt onder het burgerlijk recht. Een minderjarige kan ook zelf de rechter om een omgangsregeling vragen. Meer informatie over het verloop van de procedure vindt u hier.

Mocht u vragen hebben n.a.v. dit artikel of over omgangsregelingen, dan bent u van harte welkom op een van onze spreekuren! 

Schade door een bijtincident: hoe is de aansprakelijkheid geregeld? 

24-03-2020

Door: Carmen de Rooij

In Nederland hebben ruim anderhalf miljoen honden een warm mandje gekregen. De vrolijke viervoeters zorgen voor veel mooie momenten en al snel zijn ze een onmisbaar deel van het gezin waarin ze zijn opgenomen. Helaas kunnen honden ook flinke schade veroorzaken. Volgens een schatting worden in ons land jaarlijks 150.000 mensen door een hond gebeten. Gemiddeld is ruim dertig procent van deze bijtincidenten zo ernstig dat er een dokter of een ziekenhuis aan te pas moet komen. Stel: u bent gebeten door een hond. Wie is aansprakelijk voor de schade die u hierdoor lijdt? Voor welke kosten kunt u na een bijtincident komen te staan? Kunt u deze schade vergoed krijgen? Wat kunt u zelf het beste doen na een bijtincident?

Wie is aansprakelijk voor de schade na een hondenbeet?

De schade die een hond door te bijten aanricht komt volgens de wet voor risico van het baasje van de hond. Deze aansprakelijkheid van de hondenbezitter is in de wet bijzonder geregeld. Het enkele feit dat de hond schade veroorzaakt door te bijten maakt de hondenbezitter aansprakelijk voor deze schade. Het baasje van de hond hoeft zelf geen schuld te hebben aan het voorval. Zelfs als de hondenbezitter de hond heeft aangelijnd, en daarmee voorzorgsmaatregelen heeft genomen om te voorkomen dat de hond schade veroorzaakt, blijft hij of zij aansprakelijk voor de schade die de hond veroorzaakt.

Waarom komt de schade veroorzaakt door een huisdier voor risico van de bezitter?

Het risico dat een dier schade veroorzaakt ligt bij de bezitter van dit dier. Het kan daarbij gaan om een hond die bijt, maar ook om een kat die krabt of om een paard dat trapt. De wetgever heeft het risico dat een dier schade veroorzaakt bij de bezitter neergelegd met een reden. Honden hebben, net als andere dieren, een “eigen energie”. Dat wil zeggen dat honden mogelijk dingen kunnen doen die de hondenbezitters niet zien aankomen, zoals bijten. Daardoor kunnen dieren onberekenbaar zijn en een risico vormen voor anderen. Omdat de bezitter van het dier er zelf voor heeft gekozen het dier in huis te nemen komt de schade die het dier veroorzaakt, door bijvoorbeeld te bijten, voor risico van bezitter.

Welke schade kunt u vergoed krijgen van de hondenbezitter?

Volgens de wet is de hondenbezitter aansprakelijk voor al de schade die zijn of haar hond veroorzaakt. De hondenbezitter zal alle door de hondenbeet veroorzaakte schade aan u moeten vergoeden. Na een hondenbeet kunt u voor diverse kosten komen te staan. Allereerst kunt u denken aan schade aan uw kleding. Daarnaast kunt u voor medische kosten komen te staan. Na de hondenbeet heeft u misschien medische verzorging nodig van uw huisarts, een arts op de eerste hulp van het ziekenhuis, een medisch specialist of u zal een tetanusprik nodig hebben. Wanneer niet u maar uw eigen hond door een andere hond wordt gebeten, zal u voor de behandeling van uw hond naar de dierenarts moeten en zal u dierenartskosten maken. Het kan voorkomen dat de hondenbeet zo ernstig is dat u voor een bepaalde tijd niet in staat bent om te werken. Dan loopt u inkomsten mis.

Wat kunt u zelf het beste doen na een bijtincident?

Wanneer u schade heeft opgelopen na een hondenbeet is het allereerst verstandig om achter de identiteit en gegevens van de hondenbezitter te komen. U kunt de hondenbezitter vragen zich te identificeren om zeker te zijn wie de hondenbezitter is. Wanneer u weet wie de hondenbezitter is, kunt u hem of haar aansprakelijk stellen voor uw schade. De hondenbezitter kan hierna de schade melden bij zijn aansprakelijkheidsverzekering zodat de schade kan worden afgehandeld.

  

Erfenis aanvaarden of verwerpen? 

11-03-2020

Door: Femke Boogaard

Een erfenis wordt vaak geassocieerd met het ontvangen van veel geld en bezittingen, maar dit is zeker niet altijd het geval. Als iemand overlijdt, zijn er soms ook schulden die afbetaald moeten worden. De erfgenaam kan dit in dat geval afbetalen met het geld wat de overledene achterlaat. Het kan wel een probleem worden als de schulden groter zijn dan de erfenis, aangezien deze dan alsnog betaald moeten worden.

Indien de overledene veel schulden achterlaat en u deze als erfgenaam niet wilt betalen, zijn er verschillende manieren om dit te voorkomen. U kunt ervoor kiezen om de gehele erfenis te verwerpen of om deze beneficiair te aanvaarden. 

Beneficiair aanvaarden

Beneficiair aanvaarden houdt in dat u een erfenis alleen aanvaardt als de bezittingen groter zijn dan de schulden. U wordt dus erfgenaam en kunt bezittingen erven, maar geen schulden. Als de schulden hoger zijn hoeft u als erfgenaam deze namelijk niet te betalen. Het beneficiair aanvaarden kost geld, en vergt een verklaring die u moet afleggen voor de rechter dat u de erfenis op deze manier wilt aanvaarden. 

Voor deze procedure gelden de regels voor vereffening. Vereffening houdt in dat er wettelijke procedurevoorschriften gevolgd moeten worden. Voorbeelden hiervan zijn het opmaken van een boedelbeschrijving, het bewaren van goederen van de overledene of andere erfgenamen opzoeken.

Verwerpen

Een andere mogelijkheid is om de erfenis te verwerpen. Een voordeel hiervan is dat u geen schulden van de overledene hoeft te betalen. Echter, indien de overledene ook nog bezittingen had, kunt u deze ook niet meer verkrijgen. 

Het weigeren van een erfenis moet worden geregeld bij de rechtbank, waar u een schriftelijke verklaring moet afleggen. Hierbij moet een kopie van een geldig legitimatiebewijs en een kopie van de overlijdensakte zijn toegevoegd. Deze procedure zal ook geld kosten. Als de erfenis is verworpen, is het daarna ook niet meer mogelijk om dit nog terug te draaien.

Het is daarnaast natuurlijk ook mogelijk om de erfenis te aanvaarden, ook wel het zuiver aanvaarden genoemd. In dit geval erft u alle schulden en bezittingen. Het zuiver aanvaarden kan door een ondertekening van een verklaring bij de notaris of door naar de griffie van de rechtbank te gaan. Anders dan bij het verwerpen, kan er worden teruggekomen op deze keuze bij een hoge uitzondering. Dit kan zijn wanneer er een hoge schuld achterblijft waarvan u geen kennis heeft en ook niks over had kunnen weten. Het is daarom van groot belang om goed te onderzoeken of de overledene nog schulden had.

 

Een voogd benoemen voor uw kinderen

19-02-2020

Door: Leonie de Vos

Wat gebeurt er met mijn kinderen na mijn overlijden? Kan en moet ik vastleggen wie de voogdij krijgt? Wat gebeurt er als ik niets doe? Met deze vragen bestookten mijn ouders mij een aantal weken geleden. Deze vragen kunnen voor u ook relevant worden. De antwoorden hierop zet ik in deze blog uiteen.

Wat als ik niets doe?

Indien u, als ouders, beiden gezag heeft over uw (minderjarige) kind en een van u overlijdt, dan krijgt de andere ouder automatisch alleen het gezag. Als u allebei overlijdt, bepaalt de rechter, op grond van artikel 1:295 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), wie voogd wordt. De rechter doet dit op verzoek of op eigen initiatief.

Gezamenlijk gezag heeft u automatisch als het kind binnen uw huwelijk geboren is, of de man het kind vóór het huwelijk heeft erkend. Bent u niet getrouwd, of bent u geen geregistreerd partnerschap aangegaan? Dan heeft alleen de moeder automatisch het gezag over haar kind. De vader moet hiervoor het kind erkennen en een verzoek indienen bij de rechtbank. Na een echtscheiding oefent u nog steeds beiden gezag uit over uw kind, maar niet meer gezamenlijk.

Wanneer u als ouder alleen het gezag heeft en u overlijdt, bepaalt de rechter wie het gezag krijgt. Dit kan de andere ouder zijn, maar ook iemand anders. Wanneer de andere ouder binnen 1 jaar een verzoek tot gezag doet, heeft dit de voorkeur. De rechter mag in dat geval alleen een ander benoemen als dit beter is voor het kind.

Ik heb een toekomstige voogd op het oog, kan ik dit vastleggen?

Indien u een toekomstige voogd voor uw kind wenst vast te leggen, kan dit op twee manieren. Op grond van artikel 1:292 BW kunt u een voogd benoemen in uw testament, of laten aantekenen in het gezagsregister. U kunt ook bepalen dat twee personen gezamenlijk voogd worden. Na uw overlijden zal de griffier van de rechtbank aan deze persoon of personen vragen of deze voogd willen worden.

Wat is het verschil tussen het benoemen in mijn testament en het vastleggen in het gezagsregister?

Het vastleggen van een voogd in het gezagsregister is een stuk laagdrempeliger dan een voogd benoemen in uw testament. Het registreren in het gezagsregister is namelijk gratis en kunt u online regelen op de website rechtspraak.nl. Indien u de aanvraag schriftelijk wilt doen, zijn er wel kosten aan verbonden. U moet namelijk diverse documenten meesturen die u bij uw gemeente opvraagt. het bedrag dat hiervoor gevraagd wordt, verschilt per gemeente.

Nadat u de aanvraag heeft gedaan, verwerkt de rechtbank uw formulier. U ontvangt binnen 2 weken een uittreksel uit het gezagsregister.

Het benoemen van een voogd in uw testament is iets complexer. Voor het opstellen van een testament heeft u namelijk een notaris nodig. Hier zijn kosten aan verbonden, deze verschillen per notaris.

Nu regelen wie na uw overlijden de voogdij krijgt over uw kind, is dus niet zo ingewikkeld. Een aanvraag indienen voor het gezagsregister is gemakkelijk online te regelen. Natuurlijk kunnen zich ingewikkelde situaties voordoen. Op de website van rijksoverheid en op rechtspraak.nl is daarom nog veel meer informatie te vinden over dit onderwerp.