Opstalaansprakelijkheid, struikel er niet over!

Jens Kooijman, 4 augustus 2025


U kent het vast wel; die ene losliggende tegel in de straat, die beruchte kuil in het fietspad of in de weg. Wanneer u als gevolg hiervan schade lijdt, dan heeft u hoogstwaarschijnlijk te maken met opstalaansprakelijkheid. Dit zijn namelijk voorbeelden van zogenoemde opstallen die aardig wat schade kunnen veroorzaken. In deze korte blog wordt u bijgepraat over wat opstalaansprakelijkheid inhoudt, wanneer er sprake is van een gebrekkig opstal en wat u kunt doen als u schade lijdt door een gebrekkig opstal.


Opstalaansprakelijkheid speelt, zoals in de eerder genoemde voorbeelden, een rol bij schade die ontstaat als gevolg van een gebrekkig opstal. In de Nederlandse wet is opstalaansprakelijkheid geregeld in artikel 174 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Een opstal is volgens lid 4 van dit artikel een bouwwerk dat duurzaam met de grond verenigd is. Lid 6 stelt dat ook weggedeelten hieronder vallen.


Vervolgens is het van belang dat bekend is wie de bezitter van het opstal is. Bij schade door een gebrekkig opstal is de bezitter daarvoor aansprakelijk. In de eerder genoemde voorbeelden zal vaak een overheidsorganisatie zoals de gemeente, provincie of het waterschap de bezitter zijn maar ook bedrijven of natuurlijke personen kunnen bezitter zijn van een (gebrekkig) opstal.


Het meest ingewikkelde onderdeel van de opstalaansprakelijkheid is het bepalen van de gebrekkigheid van het opstal. Hier is door de Hoge Raad nader invulling aan gegeven in het arrest HR Wilnis. Om te bepalen of er sprake is van een gebrekkig opstal zal volgens de Hoge Raad beoordeeld moeten worden in het licht van; (1) de aard van de opstal, (2) de functie van de opstal, (3) de fysieke toestand van de opstal, (4) en tot slot de mogelijkheid en bezwaarlijkheid van het nemen van maatregelen ter voorkoming van ongevallen.


Als de opstal inderdaad gebrekkig blijkt aan de hand van de criteria uit het Wilnis-arrest, is verder nog van belang dat het gevaar zich ook moet hebben verwezenlijkt. Ofwel, het gevaar dat de gebrekkige opstal met zich meebracht moet ook hebben geleid tot schade.


Tot slot speelt ook de tenzij-clausule uit artikel 6:174 Burgerlijk Wetboek wellicht nog een rol. Als er namelijk geen aansprakelijkheid zou zijn op basis van een onrechtmatige daad (art. 6:162 Burgerlijk Wetboek) en het slachtoffer bekend is met het gevaar, dan zou de bezitter mogelijk niet aansprakelijk kunnen zijn. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld overmacht. Let wel, deze tenzij-clausule is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen toepasbaar.


Wanneer aan al deze voorwaarden is voldaan, rijst tot slot de vraag wat te doen wanneer u of iemand uit uw omgeving schade lijdt door een gebrekkig opstal. Het belangrijkste is dat u allereerst de bezitter van het opstal aanspreekt en het schadegeval meldt bij de bezitter of zijn of haar aansprakelijkheidsverzekering. Het uitgangspunt bij het vergoeden van schade veroorzaakt door een gebrekkig opstal is dat personenschade (dit is vaak letselschade zoals een gebroken arm of een wond) eerder voor vergoeding in aanmerking komt dan zaakschade (denk hierbij bijvoorbeeld aan schade aan een bril, telefoon of fiets die door het gebrekkige opstal is ontstaan). Dit is echter afhankelijk van de specifieke situatie en de verzekerde toestand van de bezitter van de gebrekkige opstal.