Het horen van getuigen à charge na het
Keskin-arrest

Het horen van getuigen à charge na het Keskin-arrest: Wat betekent het voor een eerlijk
proces?


Christian van Schayk, 30 mei 2025


Inleiding
In het strafrecht geldt het principe dat een verdachte recht heeft op een eerlijk proces, een
belangrijk onderdeel daarvan is het recht om getuigen te ondervragen die tegen de verdachte
verklaren. Het Keskin-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft
echter een ingrijpende wijziging aangebracht in hoe het recht van de verdediging wordt
gewaarborgd in Nederland. Dit arrest heeft gevolgen voor de manier waarop Nederlandse
rechters omgaan met het horen van getuigen à charge: getuigen die belastende verklaringen
afleggen tegen een verdachte. In deze blog bespreken we wat dit arrest precies inhoudt,
waarom het zo belangrijk is voor een eerlijk proces en welke gevolgen het heeft voor het
strafprocesrecht in Nederland.


Wat is een getuige à charge?
Een getuige à charge is dus een getuige die een verklaring aflegt die tegen de verdachte kan
worden gebruikt, bijvoorbeeld om diens schuld te bewijzen. In tegenstelling tot getuigen à
décharge, die een ontlastende verklaring afleggen, kan een getuige à charge dus bijdragen aan
de veroordeling van de verdachte. Het is voor de verdachte van groot belang om deze getuigen
te kunnen ondervragen, omdat dat zijn recht op verweer en een eerlijk proces waarborgt.


Het Keskin-arrest en de verandering in het procesrecht
In januari 2021 deed het EHRM uitspraak in de zaak Keskin tegen Nederland. Keskin was
veroordeeld voor fraude, maar de veroordeling was grotendeels gebaseerd op verklaringen van
getuigen die de verdediging niet had kunnen ondervragen, omdat zij hun verklaringen buiten de
rechtszaal hadden afgelegd. Dit gebeurde zonder dat de verdediging hen in de zitting kon
confronteren. Het EHRM oordeelde dat dit een schending was van het recht op een eerlijk
proces, zoals vastgelegd in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten
van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het hof stelde dat wanneer een getuige à
charge een belastende verklaring heeft afgelegd en deze verklaring voor het bewijs wordt
gebruikt, de verdachte het recht heeft om die getuige in de rechtszaal te ondervragen. De
verdediging hoeft daarbij niet meer te motiveren waarom de getuige gehoord moet worden,
zoals voorheen wel het geval was (vgl. HR 4 juli 2017, NJ 2017/441).


Voorheen was het dus zo dat de verdediging in Nederland moest uitleggen waarom het horen
van een getuige à charge belangrijk was voor de zaak. Dit werd het "verdedigingsbelang"
genoemd. Als de verdediging dit onvoldoende onderbouwde, kon de rechter besluiten de
getuige niet te horen. Na het Keskin-arrest is dat veranderd: wanneer de getuige belastende
verklaringen heeft afgelegd die voor de veroordeling van de verdachte zijn gebruikt, moet de
rechter de getuige alsnog oproepen, tenzij er een goede reden is om dit niet te doen. Dit is een
grote verandering, omdat het de nadruk legt op het ondervragingsrecht van de verdachte.


  1. De driestappentoets van het EHRM
    De uitspraak van het EHRM in Keskin is niet alleen een oproep om de rechten van de
    verdediging beter te waarborgen, maar het biedt ook een helder beoordelingskader voor
    gevallen waarin het ondervragingsrecht niet volledig kan worden uitgeoefend. Dit
    driestappencriterium is een belangrijke leidraad voor rechters. Het gaat om de volgende drie
    vragen:
    1. Is er een goede reden waarom de getuige niet ter zitting kan verschijnen? Dit kan
    bijvoorbeeld het geval zijn als de getuige overleden is, of als deze niet te vinden is.
    2. Heeft de verklaring van de getuige een doorslaggevende rol in de bewijsvoering?
    Als de verklaring van de getuige essentieel is voor de veroordeling, wordt het belang van
    de verdachte groter om deze getuige te horen.
    3. Zijn er voldoende compenserende factoren? Dit kan bijvoorbeeld het gebruik van
    audiovisuele opnamen zijn van de getuigenverklaring of andere bewijsmiddelen die de
    betrouwbaarheid van de verklaring ondersteunen.


Wat betekent dit voor de praktijk in Nederland?
Het Keskin-arrest heeft grote gevolgen voor de praktijk in Nederland. De Hoge Raad, de
hoogste rechter in Nederland, heeft de lijn van het EHRM overgenomen en strengere eisen
gesteld aan de motivering van verzoeken om getuigen à charge te horen. Dit betekent dat de
rechters nu veel strikter moeten beoordelen of het recht van de verdachte om getuigen te
ondervragen wordt gerespecteerd. In de praktijk betekent dit dat het recht om getuigen te horen
niet zomaar afgewezen mag worden, vooral niet als de verklaring van de getuige belastend is
voor de verdachte.


De Hoge Raad heeft in diverse zaken na het Keskin-arrest uitspraken van lagere rechters
gecorrigeerd, omdat zij onvoldoende hadden gemotiveerd waarom het verzoek om getuigen à
charge niet werd ingewilligd. De Hoge Raad stelt nu dat de motivering moet voldoen aan de
strenge eisen van het EHRM. Dit heeft geleid tot meer waarborgen voor de verdachte in de
rechtszaal en een grotere nadruk op het belang van het ondervragingsrecht. De rechter moet bij
zijn beslissing rekening houden met het recht van de verdachte om de belastende getuige te
horen en mag dit recht dus alleen beperken als daarvoor een goede reden bestaat.


Belang
Het Keskin-arrest benadrukt de essentie van een eerlijk proces. In een rechtsstaat zoals
Nederland moet een verdachte in staat zijn om zich te verdedigen tegen beschuldigingen. Dit
gebeurt onder meer door het recht om getuigen te ondervragen die tegen hem getuigen. Het
recht om een getuige à charge te ondervragen is cruciaal, omdat het de mogelijkheid biedt om
de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring te toetsen. Bovendien voorkomt het dat een
verdachte wordt veroordeeld op basis van onvolledige of onbetrouwbare verklaringen. Het recht
op een eerlijk proces is een fundamenteel recht en het Keskin-arrest heeft ervoor gezorgd dat
dit recht in Nederland beter wordt beschermd.


Conclusie
Het Keskin-arrest heeft een belangrijke verandering teweeggebracht in hoe Nederland omgaat
met het horen van getuigen à charge. Het recht van een verdachte om een getuige die tegen
hem getuigt te ondervragen is versterkt, wat bijdraagt aan een eerlijker strafproces. Het arrest
heeft de nadruk gelegd op de bescherming van de rechten van de verdediging en rechters
moeten nu strikter motiveren waarom getuigen niet gehoord mogen worden. Deze verandering
is van groot belang voor de rechtsstaat en zorgt ervoor dat het recht op een eerlijk proces nog
beter gewaarborgd wordt voor iedereen.


Heb je vragen over je situatie of behoefte aan juridisch advies? Kom gerust langs bij één van

onze spreekuren. We denken graag met je mee en helpen je op weg.