Een actuele blik op de zienswijze: Wat-wie-waar-wanneer sinds Varkens-in-Nood


Jens Kooijman, 12 juli 2026


Wat is een zienswijze?

Een zienswijze is een document, kort briefje of telefoontje waarin u aangeeft wat uw mening is over een ontwerpbesluit van een bestuursorgaan. Een bestuursorgaan is op grond van artikel 1:1 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) ‘een orgaan van een rechtspersoon ingesteld krachtens publiekrecht’. Dit kan bijvoorbeeld het college van burgmeester en wethouders van een gemeente zijn, of de Provincie Zuid-Holland. Een ontwerpbesluit van een bestuursorgaan is bijvoorbeeld het wijzigen van een omgevingsplan, hetgeen soms noodzakelijk is om grootschalige initiatieven mogelijk te maken. Een zienswijze biedt dus de mogelijkheid om uw mening kenbaar te maken over zo’n voorgenomen besluit.


Welke gegevens en informatie moet ik opnemen in de zienswijze?

Het is belangrijk dat in de zienswijze alle informatie staat die het bestuursorgaan nodig heeft om uw zienswijze te kunnen behandelen. De volgende gegevens dient u in een zienswijze te vermelden: het plan of ontwerpbesluit waarover u uw mening wilt geven, met een eventueel dossiernummer daarvan, de redenen (en de motivatie daarvan) waarom u een zienswijze indient, de datum, uw naam en adres en uw handtekening. Als iemand anders namens u een zienswijze indient, moet u een ondertekende schriftelijke machtiging meesturen.


Van belanghebbende naar éénieder

Tot en met 2021 was het enkel voor belanghebbenden in de zin van de Algemene wet bestuursrecht mogelijk om een zienswijze tegen een ontwerpbesluit in te dienen. Hier heeft zich in de afgelopen jaren echter een verschuiving voorgedaan. Vanaf de Varkens-in-Nood uitspraak in 2021 kan nu éénieder (ofwel: iedereen) een zienswijze tegen een ontwerpbesluit indienen. Dit is gelegen in het feit dat het Hof van Justitie van de EU oordeelde dat de Nederlandse zienswijzepraktijk niet in overeenstemming was met het Verdrag van Aarhus, waar Nederland medeondertekenaar van is. Het HvJEU sommeerde Nederland dan ook de zienswijzepraktijk in Nederland aan te passen, en zo geschiedde. Op dit moment kan dus iedereen een zienswijze indienen tegen een ontwerpbesluit, ongeacht of diegene ook als belanghebbende valt aan te merken.


Wat gebeurt er nadat een zienswijze is ingediend?

Nadat een zienswijze is ingediend bij het bestuursorgaan zal het bestuursorgaan op de ingediende zienswijze(n) reageren in een nota van zienswijzen. Het bestuursorgaan reageert ofwel dat uw zienswijze heeft geleid tot een wijziging in een ontwerpbesluit of motiveert waarom uw zienswijze niet tot een wijziging van het ontwerpbesluit heeft geleid. Vervolgens neemt het bestuursorgaan een besluit op ontwerpbesluit. Als u zich niet met het besluit kunt verenigen, heeft u nog de mogelijkheid om in beroep, en daarna in hoger beroep, te gaan tegen het besluit.


In beroep met én zonder zienswijze

Op basis van de Algemene wet bestuursrecht kunnen alleen belanghebbenden in beroep tegen een besluit. Het Varkens-in-Noodarrest heeft hier echter een kleine nuance in aangebracht. Ook niet-belanghebbenden die wel een zienswijze hebben ingediend tegen een ontwerpbesluit, kunnen in beroep tegen dat besluit. Voor mensen die geen zienswijze hebben gediend is dit sinds deze uitspraak niet langer meer het ‘fatale station’. Belanghebbenden kunnen namelijk zonder een zienswijze te hebben ingediend in beroep tegen een besluit. Wanneer men geen belanghebbende is, en geen zienswijze heeft ingediend, staat nadrukkelijk geen beroep open.


Uiteraard vormen de aangevoerde gronden in beroep nog steeds het criterium om te beoordelen of het besluit onrechtmatig is en/of de reclamant (degene die in beroep gaat) wel belanghebbend is en dus negatief kan worden geraakt door het besluit. Als iemand belanghebbend is en geen zienswijze heeft ingediend kan hij in beroep nog steeds alle aspecten van het besluit aanvechten, in tegenstelling tot de praktijk vóór Varkens-in-Nood. Niet-belanghebbenden zullen bij het kiezen van de inhoudelijke gronden van beroep dus wellicht andere keuze moeten maken. Dit hangt samen met het relativiteitsvereiste – dat alleen belangen beschermt van degene die door de normschending wordt geraakt - hierop brengt Varkens-in-Nood geen wijzigingen aan.


Conclusie

De zienswijzepraktijk in Nederland is sinds Varkens-in-Nood uitgebreid en gemoderniseerd naar EU-jurisprudentie. Wel zal de Nederlandse wetgever de Algemene wet bestuursrecht nog moeten herijken, om deze in lijn te brengen met deze jurisprudentie. Tot dat moment geldt de bovenstaande praktijk op basis van jurisprudentie onverkort.


Als u vragen heeft over dit onderwerp of over iets anders, schroom dan niet om contact met ons op te nemen!